Het zal een goede anderhalf jaar geleden zijn dat de initiële afspraak met mijn vismaat van vandaag heeft plaatsgevonden. Helaas is het er vorig jaar nooit van gekomen. Toen was er oud en nieuw 2009. Eén van de goede voornemens was dat we dit jaar zouden kaatsen en natuurlijk vissen. Het kaatsen kwam er niet van en het vissen bleef ook uit totdat ik hem vorig weekend tegen het lijf liep tijdens een korfbalwedstrijd. “Wij moatte nochris fiskje!” “Jawis, oare wike sneon dan mar?” “Ja bêst.” De afspraak was gemaakt maar ging zodanig soepel dat Sjirk Gjalt op vrijdagavond toch even kwam verifiëren of we het inderdaad afgesproken hadden. Het bleek te kloppen en dus stapte hij om half negen bij mij in de boot. We voeren naar de Swette maar niet voordat ik te horen had gekregen dat er vanmorgen om kwart voor acht al een boot te water was gegaan. We zouden de boot later die dag tegenkomen. Op de Swette aangekomen gingen er drie Timber Tiger overboord en kon de dag beginnen. Het duurde tot voorbij het Weidummerhout voordat de eerste snoek er aan ging hangen. Een kleine snoek van net in de veertig . De tweede vanonder een meidoorn bracht het meetlint op 64 cm en daarna was het meteen bingo. In het heldere water van de Swette werd een Timber Tiger ineens berooft van zijn ritme. Daarna een krokodillenrol en twee keer kopschudden.

Ze meet precies 100 cm. Ik vind het “jammer” dat hij aan mijn hengel hangt omdat Sjirk graag een meter in Nederland wil vangen en ik hem dat natuurlijk gun. Maar het is niet anders. We vissen verder en vangen op regelmatige tijdstippen mooie vissen tussen de 50 en 80 cm. We spreken over het herkennen van snoeken aan markante merktekens. Zo sprak ik gisterenavond nog met iemand die de sluierstaart nabij het Weidummerhout al menig keer gevangen had. Zelf heb ik die ook een aantal keren gevangen en bij elkaar heeft die snoek misschien het water wel meer dan twintig keer tijdelijk verlaten. Het is frappant hoe die snoeken er tegen kunnen want ik kan geen verschillen bespeuren in de uiterlijke kenmerken. Onder een brug verticalen we nog even en dat levert ook nog een snoek van in de zestig op. We gaan verder met slepen en dat biedt op gezette tijden aanbeten en vangsten. We komen de boot tegen die eerder in Mantgum te water was gelaten. Het is een bekende. Zij zijn op 7 snoeken en wij inmiddels op 9. Terwijl Sjirk in de boot staat om het “fjild” even in zich op te nemen naderen we een dorpje. Een droge tik doet hem uit zijn mijmeringen naar de realiteit terugkeren. Ik grijp mijn camera en begin te filmen. Sjirk heeft haast met de vis. Het is zijn eerste Nederlandse meter weet hij inmiddels. Ik zie door de zoeker hoe de snoek zich in haar volledige lengte uit het water perst om de lastige haken kwijt te raken. Ze blijft er echter aan vast zitten zodat ze even later door de niet al te kleine handen van Sjirk uit het water wordt gehaald. (Ik wou dat ik meters achter de kop kon pakken.) Na het onthaken maak ik een foto en brengt het meetlint de verlossing, 98 cm. S*&^%$#@, net geen meter! Ik stel nog voor dat ik best bereid ben om daar 3 cm bij te “visserlatijnen”, maar Sjirk is resoluut. “In oare kear dan mar!” <!–
WriteFlash('’);
//–>Zijn kop straalt als de camera klikt en ik denk even aan zijn zoon als ik de pretogen in zijn kop zie. Sjrik heeft net als ik een topdag. Om het verhaal over de sluierstaart compleet te maken, meldt deze snoek zich nog even aan de hengel van Sjirk. We vangen er nog een viertal bij. Om een uur of vier stoppen we ermee. We hebben dan 15 snoeken gevangen en een paar gemist. Voorwaar geen slechte dag. Een dag die mistig begon maar zonovergoten eindigde. Het opklarende weer kwam de vangstresultaten niet ten goede. Vanaf het echt mooier worden van het weer liepen de vangsten dramatisch terug. Desalniettemin een dag die voor herhaling vatbaar is en met die “afspraak” namen we afscheid van elkaar.